
Door Khalid El Housni
10/11/2011
Margin Call
‘Wees voorzichtig.' Het zijn de laatste woorden van een net ontslagen medewerker van een financiële instelling op Wall Street aan een collega, voordat hij het gebouw uit wordt gedirigeerd. Samen met die woorden kan hij die collega nog net een usb-stick meegeven. Wat daarop staat blijkt achteraf het begin te zijn van de ontwikkeling van waaruit de financiële crisis zich zou ontvouwen. De hele wereld staat op het punt wakker te worden geschud van haar gemaakt gevoel van veiligheid en zekerheid. Deze film gaat voornamelijk over één heel lange nacht waarbij een serie mensen - beginnend bij de medewerker onderaan de trap tot de baas die de trap vasthoudt - moeten beslissen hoe om te gaan met dit naderend onheil.
Het verhaal is zo verteld, maar dat gaat niet op voor de film. De kracht van Margin Call zit hem in een sterk acterende cast en in de dialogen. En in de dialogen dansen de personages zowel met de woorden als in de stiltes om elkaar heen, waarbij slechts bij vlagen de vinger op de financiële wond wordt gelegd. Je voelt aan alles dat achter de stiltes en veelzeggende gelaatsuitdrukkingen een groter verhaal schuilt dan in dat wereldje met woorden kan worden gezegd. Hierbij is Kevin Spacey (als de spil in het bedrijf Sam Rogers) ouderwets goed. Jeremy Irons (als de grootste baas John Tuld) is een plezier om naar te kijken en het acteren van Stanley Tucci (als de eerst roepende in de woestijn, Eric Dale) is ijzersterk, waarbij hij wellicht het meest zegt met de minste woorden.
Tijdens het kijken van deze film was er wel een aspect dat bij mij als kijker wrong. Het karakter van Kevin Spacey lijkt een ongeloofwaardige draai te maken. Van de keiharde zakenman in het begin van de film, die meer om zijn hond geeft dan om zijn werknemers, verandert deze tot de moraalridder van het bedrijf. Maar tegen het eind van de film begrijp je hem een klein beetje beter. En dat begrip en hoop vaak hand in hand lopen, maakt het nog niet tot een garantie.
Voor een film die gaat over de kredietcrisis van 2008 worden er verbazingwekkend weinig cijfers genoemd. Het is dan ook geen film om te bekijken als je meer wilt weten over de crisis. Deze film bekijk je voor de intriges in een financiële instelling. De machtsspelletjes en het geworstel met wat het belangrijkste is voor jou, voor het bedrijf en uiteindelijk voor de rest van de mensheid. Zonder dat het ooit wordt uitgesproken realiseer je je dat de mensen in die ene lange nacht een essentiële keuze hebben. Gaan ze voor zelfbehoud en verkopen ze hun riskante investeringspakketten aan bij voorbaat gedoemde klanten, of nemen ze de verantwoordelijkheid en gaan ze bankroet. Het antwoord ligt aan het eind van de rode draad van de film. Zoals je jezelf behandelt, zo behandel je de mensen en de wereld om je heen.
Zowel het scenario als de regie van deze film zijn van de hand van de debuterende J.C. Chandor. Zijn vader heeft zijn leven lang voor een gerenommeerde investeringsbank gewerkt en J.C. Chandor heeft hem en vele anderen uit de industrie geïnterviewd om er een goed beeld van te krijgen. Dat dit goed uitgepakt is moge duidelijk zijn. De sfeer is bedrukkend en meeslepend. Een film die meer dan de moeite waard is en dat om vele redenen. Maar hij zou het zien al waard zijn alleen al vanwege het feit dat de woorden ‘wees voorzichtig’, zelden zo subtiel en tegelijkertijd hard dreigen te sneuvelen.





















