
Door Theodoor Steen
05/09/2010
Who Can Kill A Child?
Subtiele spanning
Narciso Ibáñez Serrador wordt, op basis van zijn twee speelfilms, vaak gezien als de Spaanse Hitchcock. Who Can Kill a Child steunt inderdaad erg op de Hitcock-leest en kijkt weg als een vreemde variant op The Birds. Al zijn de gevederde vijanden hier vervangen door bloedjes van kinderen.
Tom en Evelyn, een echtpaar, bezoeken op hun roadtrip door Spanje een luidruchtig stadje. Ontevreden met de geluidsoverlast gaan ze af op een tip over een afgelegen, rustig eiland. Ze worden bij aankomst toegezwaaid door een groepje zwemmende kinderen, maar al snel blijkt dat de rest van het stadje nagenoeg uitgestorven is. Onheilspellende signalen ten spijt blijven Tom en Evelyn ronddwalen, en al snel worden zij, en enkele andere volwassenen, belaagd door grote hordes kinderen die op bloed uit zijn. Maar wie durft er nu een kind te doden?
Het antwoord op de vraag uit de titel zit al in de openingstitels zelf. De regisseur bekent politieke kleur en geeft voor de hel losbarst antwoord op het waarom van dit inferno. We zien vele documentairebeelden van oorlogen waarin kinderen stierven, van geweld tegen kinderen in het journaal, van kindersterfte en kinderleed. Genoeg is genoeg en de slachtoffermentaliteit van de kleine engeltjes maakt plaats voor een rol als Engel Der Wrake. Kinderen pikken het niet langer: breed lachend en bewapend tot de tanden trekken ze ten strijd, rekenend op het onvermogen van de volwassenen een kind te doden. Een oneerlijke strijd tussen volwassenen en vele hordes wolven in schaapskleren.
Ondanks dat de openingstitels een ietwat exploitatieve bijsmaak geven aan de horror in de film, blijkt Who Can Kill A Child een uiterst effectieve horror die al die morele uitleg niet nodig heeft. Het gegeven van kinderen als kwaadaardig is niet nieuw (zie onder andere The Omen, Village of the Damned, The Children en Children of the Corn), maar de manier waarop deze in Who Can Kill A Child wordt ingezet is uiterst origineel. Geen witgeschminkte gezichtjes, starre blik en gloeiende ogen, maar ondeugende pretoogjes, een blosje op de wangen en een brede (ietwat sardonische) glimlach. Dat de kinderen niet als kwaadaardig ogen maakt het des te moeilijker voor de protagonisten om zich te weren.
Ook in de horror toont Narciso Ibáñez Serrador subtiel te werk te gaan; een groot contrast met de nogal onsubtiele en opzichtige opening. Weinig bloed, en het gevaar zelf begint vrij subtiel. De langzame opbouw voordat de kinderen werkelijk tekeer gaan als een malle werkt uiterst effectief. En wanneer de storm van kindermoordenaars dan losbarst, blijft de regisseur steunen op de kracht van suggestie. Serrador leert van The Birds, en hij maakt gebruik van het grote aantal kinderen. Ook al doen ze niks, het zicht van honderden kinderen die bewegingsloos wachten op de reactie van de protagonisten is ijzingwekkend.
Extra bijzonder is dat deze horror plaatsvindt op klaarlichte dag, waardoor de bedrukkende sfeer een bizarre, onconventionele setting krijgt. We associëren terreur vooral met het donker: donkere steegjes, viezigheid en onherbergzaamheid. Serrador maakt gebruik van daglicht, spierwitte huisjes, de kabbelende oceaan en een rustieke sfeer. De vermeende onschuld van de kinderen is dus ook in de setting aanwezig. Wanneer de protagonisten terugvechten is dat niet alleen een verstoring van de idyllische setting, maar ook van de morele rust. Want wie doodt er nu kinderen?





DVD

19/08/2010

Living Colour Entertainment

16:9 (1.85)

DD 2.0

Nederlands

Plaats uw reactie
Melvin op 05/09/2010
Geweldige horrorfilm. Ik was er de eerste keer behoorlijk van onder de indruk. En zoals Theo als schrijft, al het onheil speelt zich af in de zinderende hitte. Op zich vreemd dat deze film niet een stuk bekender is want wat mij betreft een film die zich kan meten met de beste horrorfilms uit de jaren '70.






















