
Me and Orson Welles
Orson Welles als theater maker
Orson Welles, waarschijnlijk onder de meeste filmliefhebbers een welbekend persoon, heeft voor hij bekend werd in de filmwereld ook hoge ogen gegooid in het theater en op de radio. Linklater biedt in zijn nieuwste film een interessant en vooral vermakelijk kijkje in het theaterwereldje in de Verenigde Staten eind jaren dertig.
Me and Orson Welles speelt zich af in de tijd waarin Orson Welles (Christian McKay) al bekend stond als een creatief genie, maar wereldfaam had hij nog niet vergaard. Hij verdient vooral de kost met het maken van hoorspelen op de radio maar zijn ambitie is om een groots toneelstuk op te voeren. Welles is bezig met een moderne versie van Shakespeares Julius Caesar; hij zal het stuk laten afspelen in de tijd van het fascistische Italië onder Mussolini. Als de acteurs weer eens op straat voor het Mercury Theater staan te wachten op Welles loopt toevallig de jonge ambitieuze Richard Samuels (Zack Efron) voorbij. De zelfverklaarde acteur Samuels heeft wel oog voor het zooitje theaterkornuiten en wacht mee op Welles. Even later arriveert zijne verhevenheid, hij blijkt nog een muzikant nodig te hebben, Samuels presenteert zichzelf zonder aarzelen en wordt direct aangenomen.
Wat volgt is een zeer vermakelijke komedie die de kijker ook nog eens wat bijbrengt over de theater- en radiogeschiedenis van de Verenigde Staten. Zo krijgen we te zien hoe Welles ongeveer tekeer ging tijdens een van zijn beroemde hoorspelen op de radio. Ook het in beeld brengen van de geluidseffecten zoals mensen die met hun blote voeten in een bak grind stampen is leuk om te zien. Nog fijner is de manier waarop de magie van het theater maken over wordt gebracht op de kijker: er gaat van alles mis en niet iedereen is altijd even tevreden, maar iedereen straalt van geluk. Buiten het theater is het glamoursfeertje eveneens aanwezig. Zack Efron zet zijn personage heerlijk neer met precies genoeg twinkeling in zijn ogen. Ook Christian McKay zet Welles zeer goed neer als arrogante maar ambitieuze theatermaker, al blijft het voor de cinefielen waarschijnlijk lastig om iemand anders als Welles te zien. Ach, door het heerlijke sfeertje denk je er waarschijnlijk niet eens aan.
De fijne sfeer wordt gecreëerd door de authentieke muziek, zo is onder andere muziek van Benny “The King of Swing” Goodman te horen. Ook de gehele aankleding van de film - decors, kleding, auto’s enzovoorts - zorgt ervoor dat de sfeer van de jaren dertig schitterend wordt overgebracht. Het doet de kijker bijna vergeten dat het hoofdverhaaltje eigenlijk behoorlijk cliché en weinig interessant is: Samuels raakt verliefd op de voor de rest van de acteurs onbereikbare Sonja Jones, dit gaat enige tijd goed maar even later gooit Welles roet in Samuels eten door met Jones naar bed te gaan. Samuels wil haar natuurlijk terugwinnen. Het fijne is dan ook dat de film veel meer te bieden heeft dan dit clichéverhaaltje, het is een ode aan de passie voor het theater en de magie van het publiek.

















